EHBO

Antwoorden BHV vragen

Vraag 1:  Eerste hulp bij een hartinfarct is…

Antwoord C)  1-1-2 bellen en het slachtoffer rust geven.

Een hartinfarct kan leiden tot een circulatiestand en is daarom een reden om onmiddellijk 1-1-2 te bellen. U kunt in de tussentijd het slachtoffer helpen door hem rust te geven en te zorgen voor een comfortabele houding.


Vraag 2: Een volwassen mens heeft normaal ongeveer 5,5 liter bloed. Dit wordt ook wel het circulerend bloedvolume genoemd. Wanneer veel bloed wordt verloren neemt het circulerend volume af en zal het slachtoffer uiterlijke verschijnselen krijgen van een shock. Welke van onderstaande verschijnselen hoort niet bij een shock?

Antwoord B ) Men krijgt het warm en gaat zweten.

Bij een shock komen in het lichaam veranderingen op gang die er op gericht zijn de hersenen zo lang mogelijk van bloed en zuurstof te voorzien. Bij een shock heeft het slachtoffer het juist koud. Hij of zij voelt koud, klam aan en is vaak aan het rillen.  


Vraag 3: Het reanimatie ritme is 30 borstcompressie / 2 mond-op-mond beademingen. Dit ritme houdt u aan tot:

Antwoord D ) Alle bovenstaande antwoorden zijn correct


Vraag 4: Met hoeveel procent neemt de overlevingskans af bij elke minuut uitstel van defibrillatie?

Antwoord B ) 10%

De nadruk bij reanimatie ligt op kwalitatief goede en nauwelijks onderbroken borstcompressies (duw hard en snel). Bij elke minuut uitstel van defibrilatie neemt de overlevingskans af met bijna 10%.


Vraag 5: Welke van onderstaande stellingen over verstuikingen en kneuzingen is juist? 

Antwoord B ) Een verstuiking zit altijd in het gewricht

Een kneuzing is een beschadiging van de spieren en het bindweefsel. Kneuzingen kunnen over het gehele lichaam voorkomen. Een verstuiking wordt veroorzaakt door een geforceerde beweging van een gewricht. De normale rek van de gewrichtsbegrenzing wordt overschreden. Een verstuiking zit altijd in een gewricht; bijvoorbeeld knie of enkel.  Kneuzingen en verstuikingen worden vaak door elkaar gehaald omdat de verschijnselen hetzelfde zijn (zwelling, pijn, blauwe verkleuring van de huid, beperkte beweeglijkheid door zwelling en pijn)


Vraag 6: Welke van onderstaande stellingen over brandwonden is NIET juist? 

Antwoord C )  Tweedegraads brandwonden hoeven niet behandeld te worden door een arts.

Tweedegraads dienen net als derdegraads brandwonden altijd behandeld te worden door een arts.


Vraag 7:  In het menselijk lichaam zijn drie organen van levensbelang, wat zijn deze drie organen? 

Antwoord A )  Hart, de longen en de hersenen

Het hart, de longen en de hersenen worden samen de vitale organen genoemd en zijn onderling nauw met elkaar verbonden. Stoornissen in luchtweg, ademhaling en circulatie kunnen leiden tot (acuut) zuurstoftekort, waardoor organen beschadigd raken. Met de juiste maatregelen kunt u iets doen aan een stoornis in bewustzijn, luchtweg, ademhaling en circulatie. Het is daarom vooral belangrijk om aan de hand van wat u ziet, de verschijnselen, de stoornis te herkennen en daarop te reageren. De precieze oorzaak van de stoornis is voor u als eerste hulpverlener minder van belang.


Vraag 8: Waar staat de afkorting AED voor?

Antwoord C )  Automatische Externe Defibrillator

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief